SOCIAAL VANGNET

Niemand in onze samenleving hoeft in armoe te leven. De VVD vindt het een kwestie van beschaving dat er een sociaal vangnet is voor mensen die echt niet (meer) kunnen werken. De nadruk ligt hier op ‘kunnen', want het sociale beleid moet erop gericht zijn om mensen te stimuleren of te bemiddelen om werk te zoeken, stage te lopen of een opleiding te volgen.


Wie zich daar niet of onvoldoende voor inzet, de taal niet wil leren of fraudeert, draagt daar zelf de consequenties van. Wie van een uitkering overstapt in betaald werk, moet daar het voordeel van merken: armoederegelingen die dit belemmeren – de zgn. armoedeval – moeten worden afgeschaft.

De VVD erkent dat er echter altijd een groep mensen zal bestaan voor wie betaald werk een stap te ver is. Deze mensen krijgen dan weliswaar bijstand, maar moeten daarvoor wel iets terug doen voor de samenleving, in de vorm van vrijwilligerswerk of mantelzorg om op deze wijze een sociaal isolement te voorkomen.

Jongeren onder de 27 jaar hebben geen recht op bijstand. Zij moeten in het algemeen in staat worden geacht te werken of te studeren.

Werkgelegenheid is de beste sociale voorziening. Werk brengt mensen met elkaar in contact, terwijl een uitkering snel leidt tot een sociaal isolement.

De VVD vindt dat mensen die misbruik maken van sociale voorzieningen streng moeten worden aangepakt, evenals diegene die zich misdragen tegenover medewerkers van de gemeentelijke sociale dienst. De VVD is voorstander van een actief gemeentelijk anti-fraudebeleid. Noodzakelijke herscholing van ambtenaren dient hier mede op gericht te zijn.